Vorige week was de oma van Bart jarig. En om naast de handcrème nog een cadeautje mee te nemen had ik besloten een taart te bakken.
De taart moest alleen wel de rit op de fiets naar het station en de reis van 2 uur in de trein overleven. Het moest dus een niet te fragile taart worden; eentje die in de vorm te vervoeren is.
Ik besloot om weer een recept uit ‘A piece of cake’ te maken: traditionele appelcake.
Lekker en ook makkelijk te vervoeren aangezien het ‘gewoon’ een cake is. Om de taart er een beetje feestelijk uit te laten zien heb ik er voor het bakken amandelschaafsel overheen gestrooid. En na het bakken wat poedersuiker.

Normaal klopte ik altijd de eieren en de suiker met de hand, maar nu heb ik het met de mixer gedaan en wat blijkt, dat helpt toch wel om het nog wat luchtiger te krijgen en dus een hogere taart te krijgen. Dat doe ik dus voortaan altijd met de mixer.
Als je ook appelcake wil bakken kun je je favoriete cakebeslag nemen. Vervolgens schil je 2 (grote) appels (het liefst goudrenetten maar mochten die er niet zijn dan doen jonagolds het ook goed heb ik me laten vertellen) en snij je ze in blokjes. Verhit 30 g ongezouten boter in een koekenpan en bak de appel met 2 eetlepels suiker en 2 theelepels kaneel tot ze zacht en een beetje bruin zijn.
Dit appelmengsel meng je door je beslag en je bakt de cake verder zoals je gewend bent. Je kunt er nog naar wens amandelschaafsel overheen strooien voordat je de cake in de oven zet.















