Opberghoesje voor oordopjes

Mijn oordopjes raken altijd hopeloos in de knoop in mijn tas, zelfs als ik ze om mijn Ipod wikkel. Daarom ben ik meteen aan de slag gegaan toen ik een tutorial zag op de site van ‘Dog under my desk’.

Toen ik dit opberghoesje zag wilde ik hem ook hebben. Ik vind het vooral leuk dat hij rond is, en je kunt de buitenkant en de binnenkant van verschillende stofjes maken. En het valt best mee hoe lastig hij te maken is. Op de site staan goede plaatjes zodat je zelfs zonder dat je goed Engels kan het nog kan begrijpen.

Dit is mijn resultaat geworden:

Aan de binnenkant heb ik het rood-wit gestreepte stofje gebruikt waar ook het lusje van is gemaakt. En hij werkt erg goed, mijn oordopjes hebben niet meer in de knoop gezeten!

Post to Twitter

Stroopkoeken

Voor Kerst heb ik het boek ‘Koekje‘ van Cees Holtkamp en Kees Raat gekregen. In dit boek heeft Cees Holtkamp (banketbakker uit Amsterdam) 50 recepten voor klassieke Nederlandse koekjes geschreven. En Kees Raat (bekend van het boek ‘Bonbon‘) heeft 50 recepten voor nieuwe Nederlandse koekjes geschreven. Dat maakt dus 100 recepten voor zoete maar ook hartige koekjes.
En het boek is prachtig vormgegeven, net als het boek ‘Bonbon’.

Ik ben er meteen mee aan de slag gegaan. Het was nog lastig kiezen welk koekje ik als eerste zou gaan maken, maar uiteindelijk zijn het stroopkoeken geworden. Je kent ze wel, ze lijken op stroopwafels maar dan met een ander koekje. Ik was nog nooit een recept voor stroopkoeken tegengekomen dus ik was erg benieuwd.

Het recept viel me alles mee , al staat er wel een foutje in het recept. Er staat dat je het deeg op kamertemperatuur moet laten rusten, maar daarna wordt gezegd: haal het deeg uit de koelkast…. Ik heb het op op kamertemperatuur laten rusten en dat ging prima. Verder heb ik wel de Zeeuwse bloem vervangen door patentbloem, aangezien Zeeuwse bloem niet echt makkelijk te krijgen is. Desondanks zijn ze echt heerlijk geworden!

Post to Twitter

Tumblr

Ik zocht al een tijdje een goede manier om alle leuke foto’s die ik tegenkom op internet te bewaren. Tot nu toe sloeg ik al die plaatjes op op mijn computer, maar dan ben je wel kwijt waar je ze vandaan hebt.
Nu kwam ik vorige week per ongeluk op een Tumblr, een soort microblog. Hier kun je heel makkelijk plaatjes die je vindt op internet posten. Ik heb meteen een account geopend: stoca.tumblr.com. En dit is het resultaat:

Dus nu kan ik al de dingen van het internet die mij inspireren met jullie delen via Tumblr.

Nu heeft WordPress ook een widget waarmee je je Tumblr post op je blog kan zetten, dus staan mijn laatst geplaatste Tumblr posts ook op stoca.nl in de rechterbalk onder het archief.

Post to Twitter

Mini konijntje

Weer een patroon van Anna Hrachovec. Dit is een van haar gratis patronen. Het is een heel schattig klein konijntje, en omdat hij zo klein is is hij ook lekker snel klaar!

Ik heb al paasoorbellen gezien van deze konijntjes, en iemand had de hele paastafel ermee volgezet. Dus je kunt nu al beginnen met breien dan heb je met Pasen een heleboel konijntjes om weg te geven of om je hele huis mee te versieren. Maar ook zonder Pasen vind ik ze ook gewoon heel schattig.

Het patroon is wel weer in het Engels dus hierbij de gebruikte Engelse breitermen:

CO (cast on): opzetten
rnd (round): toer
knit (K): Recht breien
purl (P): Averecht breien
kfb: Meerderen door in de voor en achterkant van de steek te breien
k2tog: 2 steken recht samenbreien
sts (stitch): steek

PS Ik weet dat het eigenlijk paashazen zijn en niet paaskonijnen…

Post to Twitter

Gebreide kip

Ik heb weer een nieuw boek gekocht. Een breiboek dit keer. Het is het boek  ‘Teeny tiny mochimochi’ van Anna Hrachovec. Er staan meer dan 40 patronen in voor hele kleine mini dingetjes. Haar vorige boek ‘Knitting mochimochi’ stond vol met knuffels en ook met een paar mini’s. Dit boek is dus helemaal gewijd aan mini’s. Zo staat er een kabouter in (natuurlijk) maar ook een hotdog, een computertje, een cactus en een kerstboompje. En deze kip:

Het boek is ingedeeld in verschillende thema’s:

  • Animals (dieren)
  • Edibles (eetbaar)
  • Humanoids (mensachtigen)
  • Inanimates (dingen)
  • Naturals (natuur)
  • Holidays (feestdagen)

Het leuke aan deze mini’s is dat je ze zo gebreid hebt.

Ik wil zeker de kabouter nog een keer gaan breien, en ook de mini cupcake en de mini kerstboom. Jullie zien ze wel verschijnen.

Post to Twitter

De rest van de stempels

Zoals ik al schreef wilde ik in de maand juli elke dag een stempel maken. Elke dag is uiteindelijk niet helemaal gelukt maar ik heb 17 stempels gemaakt in juli. En dit zijn nummer 9 tot en met 17.

Ik vind zelf vooral het potlood erg leuk geworden.

Post to Twitter

Gevlekt gebak

Ik heb een nieuw bakboek: “Cake Days” van de Hummingbird Bakery. Het is een Engels bakboek, en net als het Hummingbird bakboek dat ik al heb geschreven door de oprichter van the Hummingbird Bakery. De recepten zijn ingedeeld naar feestdagen zoals Pasen en Kerst, maar ook vader en moederdag, valentijnsdag maar ook spring weekend bakes (lenteweekend baksels) en rainy day treats (regendagen verwennerij).
Er staan 4 soorten recepten in:

  • Koekjes
  • Whoopie pies
  • Taarten (ook cheesecakes)
  • Cupcakes / muffins

Uit dit boek heb ik laatst ‘Black and white chocolate cheesecake bars’ gemaakt.

Het is gevlekt gebak/koek met een soort chocoladecake als bodem en daarop een cheesecakelaagje. In dat cheesecakelaagje brokkel je nog wat achtergehouden chocoladedeeg.
Het duurt wel even voordat je dit gebakken hebt. Het chocladedeeg moet namelijk eerst in de koelkast rusten voordat je het in de oven zet. En daarna moet het volledig afkoelen voordat het cheesecakelaagje erop kan. Dat moet dan ook weer in de oven en daarna weer afkoelen en dan nog een aantal uur in de koelkast verder afkoelen. Je moet dus niet om 8 uur pas beginnen met dit recept.

In het begin vond ik de smaak wat gek, omdat het cheesecakelaagje een beetje hartig is en het chocoladegedeelte zoet. Maar ik vond ze uiteindelijk erg lekker.

Post to Twitter

Elke dag een stempel

Voor juli heb ik mezelf een uitdaging gegeven:

Elke dag een stempel maken

Ik maak nu dus elke dag een stempel. Hiervoor gebruik ik gummen van de HEMA en mijn gutssetje. De gummen van de HEMA zijn lekker groot en goedkoop. En in gum snijdt het veel lekkerder dan lino. Het gaat dus ook veel sneller, iets wat wel handig is als je elke dag een stempel wilt maken.

Toen ik klein was heb ik een keer bij een tekencursus een stempel van een gum gemaakt, eentje met mijn naam erop. Toen heb ik ook het gutssetje gekregen van mijn ouders. En dat setje heb ik nog steeds en werkt nog prima. Het is van Abig, en het bevat een handvat en 5 opzetstukken. Ik gebruik vooral de kleinste guts, voor de details en de omlijning en de middelste maat voor het wegsnijden van grotere vlakken. Verder snij ik met een breekmesje de rand langs de stempel weg, dit hoeft niet maar het scheelt een hoop ongewilde lijntjes op je afdruk.

Tot nu toe heb ik de volgende 8 stempels gemaakt:

De een is in mijn ogen beter gelukt dan de ander maar over het algemeen ben ik toch erg tevreden met mijn stempels. Ik zal natuurlijk de rest ook zo snel mogelijk op Stoca zetten.

Post to Twitter

Patroontekenboeken

Ik kreeg vorige week een vraag via de comments binnen over wat nou een goed patroontekenboek is. Ik heb Linda het antwoord via de mail gestuurd maar dacht dat misschien wel meer mensen interesse hadden in het antwoord. Vandaar deze blogpost.

Welk boek een goed patroontekenboek is ligt niet alleen aan het boek maar ook aan hoeveel naai- en patroontekenervaring je al hebt. Als je al wat vaker iets hebt genaaid uit de Burda of de Knipmode en net begint met patroontekenen zou ik de boeken van Wendy Mullin aanraden. Zij heeft boeken met 3 basis patronen die ze steeds aanpast. Voor elke basispatroon staan er zo’n 7 of 8 variaties in de boeken. Ze heeft een boek voor stretch stoffen: ‘Sew U Home stretch’, eentje voor jurken ‘Built by Wendy: Dresses’ en eentje voor jassen: ‘Built by Wendy: Coats and jackets’. Al deze boeken zijn wel in het Engels, maar geven een goed beeld van hoe een patroon is opgebouwd en hoe je het kunt aanpassen. De boeken van Wendy Mullin kun je trouwens beter via amazon.de bestellen dan via bol.com, ze zijn daar goedkoper en hebben geen verzendkosten (maar je hebt wel een credit card nodig).

Mocht je echt helemaal uit het niets willen beginnen met een basispatroon, dan zijn er 3 boeken die ik ken:

Fashion Design: Achtergrond & Techniek:
Dit boek geeft wel aan hoe je patronen kunt veranderen maar dan moet je eigenlijk al een basispatroon hebben. Er staan veel plaatjes in van creaties van modeontwerpers. En er wordt ook aandacht besteed aan naaitechnieken.
Ik zou dit boek niet aanraden als nog geen basispatronen hebt, al vind het wel een heel inspirerend boek.

Basisboek patroontekenen – Detje Bosgra
In dit boek staat hoe je met je eigen maten een patroon voor een rok, jurk, mantel en pantalon maakt. Ook staan er enkele variaties in, zoals kragen en hoe je een rok gerend maakt.
De instructies over hoe je het patroon maakt zijn over het algemeen duidelijk maar soms miste ik een stap. Het is handig als je al wat naai-ervaring hebt voordat je hieraan begint omdat je dan al een beetje weet hoe een patroon in elkaar zit.

Modepatronen ontwerpen – Lucia Mors de Castro
Dit boek behandelt het zelf tekenen van een patroon voor een rok, jurk en mouw (maar van het patroon van de jurk wordt als variatie wel een jasje gemaakt). Ook komen er dus een aantal variaties per basispatroon aan bod. Ik heb eerlijk gezegd nog nooit een patroon uit dit boek gemaakt maar de uitleg voor hoe het patroon tekenen ziet er erg duidelijk uit.
In dit boek wordt ook goed beschreven (met plaatjes) hoe je je maat neemt, en ook is er een maattabel met standaard maten.
Lucia Mors de Castro heeft nog een boek geschreven over patroontekenen en naaitechnieken. Dit boek ken ik niet maar ziet er ook goed uit voor zover ik dat kan zien op Bol.com.

Post to Twitter

Worteltjestaart

Afgelopen vrijdag heb ik met collega’s lekker gepicknickt ter gelegenheid van Goede Vrijdag. Iedereen had iets meegenomen, en ik had worteltjestaart gemaakt. Ik heb twee recepten voor worteltjestaart, eentje uit het boek van Leila Lindholm en eentje uit het Hummingbird Bakboek. Ik heb de twee gemixt en er wat eigen dingen aan toegevoegd.

Als je ook deze worteltjestaart wilt maken heb je nodig:

  • 200 g lichtbruine basterdsuiker
  • 100 g witte basterdsuiker
  • 1 zakje vanillesuiker
  • 3 eieren
  • 300 ml zonnebloemolie
  • 300 g bloem
  • 2,5 theelepels bakpoeder
  • 1 ruime theelepel kaneel
  • 1 ruime theelepel kardemom
  • 1 theelepel gemberpoeder
  • 1/2 theelepel zout
  • 300 g geraspte wortel
  • 100 g fijngehakte walnoten (+ een aantal hele voor decoratie)
  • 2 springvormen van 20 cm in doorsnede

Verwarm de oven voor op 170°C.

Klop de witte, bruine en vanillesuiker, eieren en olie in een kom met een mixer of in de keukenmachine tot alles goed gemengd zijn.

Meng de bloem met de kaneel, kardemom, gemberpoeder, bakpoeder en zout. Voeg dit mengsel geleidelijk toe aan het eiermengsel. Blijf kloppen tot alles goed vermengd is. Schep met een metalen lepel de geraspte wortel en de walnoten door het beslag. Dit werkt het makkelijkste als je de wortel in 2 keer toevoegt.

Verdeel het beslag over twee bakvormen van 20cm doorsnee en bak de taarten 30 minuten (of tot een spies die je in het midden in de taart steekt er schoon uitkomt).

Laat de taart helemaal afkoelen op een rooster voordat je het glazuur erop doet.

Voor het glazuur heb je het volgende nodig:

  • 100 g boter (op kamertemperatuur)
  • 480 g poedersuiker
  • 200 g roomkaas (monchou of als je voor een luxere taart gaat mascarpone)
  • 2 eetlepels limoensap

Prak eerst met een vork de roomkaas en boter door de poedersuiker totdat het meeste poedersuiker is opgenomen. Voeg dan het limoensap toe. Daarna kun je met de mixer verder mengen tot een romige gladde massa. (Als je meteen de mixer gebruikt verstuift de poedersuiker enorm en heb je een wit laagje over je hele keuken…)

Als de taarten zijn afgekoeld plaats je een van de bodems op een mooie schaal. Smeer op de bovenkant een lekkere dikke laag glazuur. Daarop plaats je de tweede taart. Vervolgens smeer je, met de verkeerde kant van een mes, de hele taart in met de rest van het glazuur (ik hield nog wat glazuur over) en verdeel je de walnoten over de taart.

Post to Twitter